De volgende dag nodigde ik haar uit, gewoon met z’n tweeën. Geen publiek. Geen toneelspel. We deelden een ietwat onvolmaakt diner, zachte stiltes, verlegen glimlachen. En voor het eerst zag ik haar echt. Niet als een vervangster. Niet als een vreemde. Maar als iemand die mij, keer op keer, had gekozen.
Soms moet je even stilstaan bij het feit dat liefde vooral in stille gebaren wordt herkend, en dat het nooit te laat is om de deur te openen voor degenen die er altijd al voor je zijn geweest.