Veel wetenschappers zijn het erover eens dat persoonlijkheid veel te complex is om te bepalen aan de hand van één enkele fysieke meting. Genetica, opvoeding, cultuur en individuele ervaringen spelen allemaal een belangrijke rol bij het vormgeven van gedrag.
Ondanks de beperkingen blijft deze theorie de aandacht trekken, omdat ze een eenvoudige en visueel toegankelijke manier biedt om mogelijke verbanden tussen biologie en gedrag te onderzoeken.
Het is ook belangrijk om op te merken dat studies op dit gebied vaak overlappende resultaten laten zien, wat betekent dat geen enkel vingerpatroon consistent specifieke persoonlijkheidskenmerken voorspelt bij alle individuen.
Deze overlapping versterkt het idee dat menselijk gedrag niet kan worden gereduceerd tot simpele categorieën die alleen op anatomie gebaseerd zijn, zelfs als bepaalde trends in statistische analyses naar voren komen.
In plaats van vingerlengte als een definitieve indicator te beschouwen, is het nauwkeuriger om het te zien als een van de vele kleine biologische variaties die mogelijk de invloed van de ontwikkeling weerspiegelen.
In wetenschappelijke discussies worden dit soort markers doorgaans beschouwd als probabilistische verbanden in plaats van deterministische waarheden, wat betekent dat ze weliswaar tendensen kunnen suggereren, maar geen uitkomsten bepalen.
Persoonlijkheidspsychologie, als breder vakgebied, steunt meer op gedragsbeoordelingen, cognitieve patronen en gevalideerde psychologische modellen dan op fysieke kenmerken.
Toch blijft de nieuwsgierigheid naar fysieke kenmerken en persoonlijkheid groot, omdat mensen van nature op zoek zijn naar patronen die hen helpen zichzelf en anderen beter te begrijpen.