De lamp verspreidde een zwak licht. Ik haalde diep adem, vol inspiratie… klaar voor alles. Tenminste, dat dacht ik.
En wat ik zag, ontnam me letterlijk de adem: mijn dochter, zittend op de grond, met een koptelefoon op, vol passie wiskundige formules uitleggend aan haar vriend, volledig verdiept in haar notitieboekje. Om hen heen een slagveld van Post-it-briefjes, markeerstiften en een bord met zelfgebakken koekjes, nog intact.
Een scène die alles in perspectief plaatst.
Ik stond daar verbijsterd, opgelucht en een beetje beschaamd. Mijn dochter keek me aan met grote, verbaasde ogen:
“Mam, gaat het wel goed met je?”