‘Hij is goed. Echt heel goed.’ De pauze duurde een halve seconde te lang. ‘Sterker nog, we trainen nu samen. Hij leert me de basisprincipes van het boksen.’

Shanes kaak spande zich aan. Dustin Freeman, zesentwintig, een arrogante MMA-vechter die trainde in een of andere sportschool in een winkelcentrum genaamd Titan’s Forge. Ze hadden vier maanden een relatie, en Shane had hem vanaf de eerste handdruk al niet aardig gevonden – te veel grip, te veel oogcontact, dat soort onzekere dominantie die schreeuwde om overcompensatie.

‘Marcy,’ zei Shane, terwijl hij zijn gereedschap neerlegde, met een zachte maar vastberaden stem. ‘Mocht er iets mis zijn…’