‘Waarom ben je er niet?’ vroeg hij, snikkend. ‘Ben je weggegaan omdat ik niet op de piano heb geoefend?’
Mijn woede spatte uiteen.
“Oh, lieverd. Nee. Nooit. Je hebt niets verkeerd gedaan. Ik hou meer van je dan van alle sterren aan de hemel.”
“Ik mis je.”
‘Ik mis je ook,’ fluisterde ik. ‘Ik zie je snel weer. Beloofd.’
Toen werd de verbinding verbroken.
Vivienne had opgehangen.
Achter me barstte een vuurwerk in goud en zilver los boven de oceaan.
Iedereen juichte.
Maar ik stond daar even alleen, mijn handen trilden.
Ik had gewonnen.
Maar mijn kleinzoon had een deel van de les betaald.
En dat zou ik niet vergeven.
Deel 5: De ochtend erna
De volgende ochtend om negen uur ging de intercom bij de voordeur af.
Ik zat in een zijden badjas op de veranda koffie te drinken.
Op het beveiligingsscherm stond Adrians SUV buiten de smeedijzeren slagboom te wachten.
Hij zag er vreselijk uit. Een verkreukeld shirt. Vermoeide ogen. Een ongeschoren kaak.
Vivienne zat naast hem, met een te grote zonnebril op, bleek en zwijgend.
Ik opende de poort.
Ik wilde dat ze elke centimeter van de lange oprit zouden voelen.
Toen ze bij de voordeur aankwamen, was ik al gekleed in een nette zwarte pantalon, een witte zijden blouse en Daniels antieke horloge.
Ik deed de deur open voordat ze aanbelden.
Ze stonden als aan de grond genageld.
Vivienne’s ogen dwaalden wild over de fonteinen, de palmbomen, de oceaan achter het huis, de grootsheid van alles wat ze zich nooit had kunnen voorstellen.
‘Kom binnen,’ zei ik.