‘Nee,’ antwoordde ik. ‘Helemaal niet.’
Toen hing ik op voordat hij nog iets kon zeggen.
Enkele minuten stond ik alleen in dat kleine keukentje, terwijl de mok in mijn hand afkoelde.
De pijn was er. Scherp. Diep. Bekend.
Maar daaronder begon iets ouder en harder op te rijzen.
Ze hadden mijn stilte aangezien voor zwakte.
Dat was hun eerste fout.

Deel 2: Het onverwachte bezoek
Een uur later reed ik naar Adrians huis.
Zijn buurt lag achter een zwart ijzeren hek, omwikkeld met enorme kerstslingers. De huizen waren groot, koud en probeerden wanhopig de indruk te wekken dat ze van generatie op generatie waren doorgegeven. Stenen zuilen. Ronde opritten. Perfect gesnoeide hagen. Kransen zo groot dat ze de helft van de ramen bedekten.
Vivienne was dol op die buurt. Ze vond het heerlijk om woorden als “onze tuinman” en “de club” te gebruiken, alsof die woorden bewezen dat ze in een bevoorrechte positie was geboren.
Ze leek te vergeten dat de aanbetaling voor Adrians huis in het geheim van mij afkomstig was.
Ik parkeerde mijn oude zilveren sedan op hun oprit en bleef daar even zitten, het stuur stevig vastgeklemd.
Het is bijzonder vernederend om neergekeken te worden door mensen wier levensstijl je mede hebt gefinancierd.
Toen stapte ik naar buiten, liep de voordeur op en belde aan.
Vivienne opende de deur.
Ze droeg een crèmekleurige kasjmier trui, diamanten oorbellen en de licht geïrriteerde uitdrukking van een vrouw die werd onderbroken tijdens iets belangrijkers dan vriendelijkheid.
‘Margaret,’ zei ze.
Mijn naam klonk als een verplichting in haar mond.
“We hadden je niet verwacht.”
‘Nee,’ antwoordde ik. ‘Dat had ik al begrepen.’