Ze zette het meisje af op school, maar rond lunchtijd kwam ze terug om haar eerder op te halen. In plaats van ergens anders heen te gaan, bracht ze Sofia meteen terug naar huis. Oleg wachtte een half uur voordat hij stiekem naar de achterdeur sloop.
De ramen stonden op een kier vanwege de hitte. Hij kon alles binnen horen.
‘Sofia, eet eerst iets en neem dan je medicijnen,’ zei Larisa.
‘Ik wil dat niet… van dat medicijn word ik de hele tijd slaperig,’ protesteerde het meisje.
‘De dokter zei dat het tegen je angst is,’ hield Larisa vol.
‘Maar papa kent geen dokter!’ wierp Sofia tegen.
Geschrokken keek Oleg door het keukenraam. Hij zag Larisa met een glas water in de ene hand en een doosje pillen in de andere.
“Sofia, laat me niet aandringen. Je weet wat er gebeurt als je je niet gedraagt.”
Dat was genoeg. Oleg stormde de keuken binnen, met een vastberaden stem:
“Wat is dit?”
Geschrokken liet Larisa de pillen op de grond vallen. Sofia snelde naar haar vader en sloeg haar armen om zijn been.
‘Oleg! Ik… ik dacht dat je op reis was,’ stamelde Larisa.
‘Wat voor medicijn is dit?’ vroeg hij, terwijl hij de doos greep.
‘Het is gewoon een mild kalmeringsmiddel, voorgeschreven door de kinderarts…’ probeerde ze uit te leggen.
‘Welke dokter? Wanneer heeft u Sofia meegenomen zonder het mij te vertellen?’