Mijn studio heeft maar vier muren.
Maar die nacht klonk het geklop van hen allemaal.
Drie keer tikken. Pauze. Twee keer tikken.
In alle richtingen.
Synchroon.
Het leek alsof de kamer zelf het patroon had geleerd.
Ik liep achteruit naar het midden van de kamer en realiseerde me iets waar ik nog steeds misselijk van word als ik eraan denk:
Het kloppen kwam niet meer willekeurig.
Het nam een vorm aan.
Een cirkel om me heen.
3:12 uur ‘s ochtends
Klop.
Pauze.
Klop.
En dan alle muren tegelijk:
Klop. Klop. Klop.
Pauze.
Klop. Klop.