Ik liep rechtstreeks het hotel uit, ging bij de ingang staan en belde mijn vader.
Hij nam de tweede beltoon op.
‘Hé schatje. Alles goed?’
Ik sloot even mijn ogen.
Je liegt!
“Papa… ik heb je hulp nodig.”
Aan de andere kant viel een stilte.
‘Wat is er gebeurd, Tina?’
“Ik denk dat je gelijk had over David. Ik had hem niet meer binnen moeten laten.”
Toen heb ik hem alles verteld.
Over Chloe, Sandra en de map met de documenten.
Toen ik klaar was, viel er een stilte.
Toen haalde mijn vader langzaam adem. “Breng die map morgen naar me toe. Ik heb een vriend die een privédetectivebureau runt. Ik laat hem er vanavond nog naar kijken.”
“Papa… ik heb je hulp nodig.”
“Wat moet ik tot die tijd doen?”
‘Doe alsof er niets aan de hand is,’ zei mijn vader. ‘Onderteken niets en confronteer hem niet. Als hij iets van plan is, hebben we bewijs nodig.’
“Oké.”
‘En Tina?’ zei hij.
“Ja?”
“Je bent hierin niet alleen.”
Dat heeft meer geholpen dan ik had verwacht.
***
Toen ik weer naar binnen ging, was Sandra weg. De vergaderzaal was leeg.
“Je bent hierin niet alleen.”
***